Bannerpkngww2

Een verhaal over de achtergrond bij het begin van de dienst

Er zijn van die beelden die nooit meer van je netvlies gaan. Voor mij is dat het beeld van een klein meisje dat danste in het licht van een zonnestraal. Het was een peutertje van 2 jaar met blonde haartjes in staartjes die niet bleven zitten. Het zonlicht straalde door haar haren toen ze op de muziek haar onhandige danspasjes deed. Dit beeld is mij bijgebleven omdat dit meisje niet buiten in de zon danste maar in die ene zonnestraal die het crematorium binnen scheen. Het was een verdrietige dienst, maar dit meisje deed iedereen even glimlachen.

Het meisjes had voor de aanwezigen het licht in het donker gevonden.meditatie 1GW2001

Kon je zelf maar zo door het leven gaan, zo vol vertrouwen dat alles mooi en goed is. Maar het lijkt soms wel dat hoe ouder en wijzer je wordt, hoe meer de duisternis opvalt. Je gedachten gaan meer uit naar hen die ziek zijn, dan naar al die mensen die gezond zijn. Beelden van kinderen met honger lijken vaker voorbij te komen, dan kinderen die genieten van een bord eten. Behalve op de reclame dan, maar die beelden schuif ik automatisch opzij als nepnieuws.

 Toch zijn er veel meer mensen gezond dan ziek, en hebben de meeste mensen voldoende te eten.  Pas als je een wandeling gaat maken valt je op hoe groen en vruchtbaar het land is, waar je normaal gesproken doorheen raast. Je hebt het nodig steeds weer op het licht gewezen te worden zodat je je niet blind staart op het duister. Dat kan de natuur doen doordat je in de schepping de trouw van de Schepper kunt zien. En ook mensen om je heen kunnen je naar het licht wijzen. Zoals dat meisje dat danste, maar vooral ook de gemeente op zondagmorgen: “Onze hulp is de naam van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft.  Die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet loslaat het werk van zijn handen”.

Met deze woorden, die vaak door gemeente en predikant samen uitgesproken worden, vertellen gemeenteleden elkaar waar zij het licht zien, waar zij op vertrouwen en in geloven. Zo bemoedigen gemeenteleden elkaar in het geloof. Dit is ook de oorspronkelijke naam en betekenis van deze tekst: “Bemoediging”. De Bemoediging wordt in de dienst ná het Votum en de Groet uitgesproken. Het Votum is de tekst waarmee de eredienst wordt opgedragen aan de drie-enige God. Dit gebeurt met de woorden “In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”. 

Deze woorden van het Votum wilden bepaalde stromingen binnen het protestantisme alleen bij de doop gebruiken, en daarom gingen zij als Votum de woorden van de Bemoediging gebruiken. Het gevolg was dat daardoor in deze kerken de Bemoediging vóór de Groet werd uitgesproken. Dus vóór de woorden:  “Genade, Barmhartigheid en Vrede zij u van God de Vader, en van Christus Jezus, onze Heer.”

Wanneer je dit doet vertel je een ander verhaal. Want door de omkering van de bemoediging en groet, lijkt het alsof God antwoordt op het belijden van de gemeente. Maar pas wanneer ik een meisje zie dansen in het zonlicht en daardoor herinnerd wordt aan de barmhartigheid en genade van God, of pas wanneer ik in de natuur heb gezien hoe genadig en barmhartig God ons met de schepping vredig leven geeft, pas dán kan ik antwoorden en mijn geloof uitspreken. Want doordat God mij groet en aanraakt met zijn Geest kan ik het licht vinden, geloven en anderen bemoedigen in het geloof.

Want God is er al vóórdat wij Hem zoeken. Het is aan de mens om daarop te antwoorden door te geloven en anderen te bemoedigen. Vandaar dat ik er moeite mee heb de Bemoediging als Votum vóór de Groet uit te spreken. Ook in het Dienstboek staat de Groet vóór de Bemoediging. Velen van u zijn gewend het andersom te doen, en vatten misschien de woorden ook wel anders op. Gelukkig geeft het Dienstboek ook de mogelijkheid om alleen de Bemoediging uit te spreken, en dat zal ik voorlopig doen. Ik hoor graag hoe u er over denkt.

Ds.Christel Minnaard