Bannerpkngww1

VAN DE CJV
Een nieuw seizoen en een nieuw CJV-jaar, we hebben er weer zin in!
Nog even terugkijkend op het einde van het vorige seizoen.. het CJV kamp:

Moai Fuort
Niet “op fiets noar stad,” maar “op de fiets nei Harkema” zong Gewoon Bram in zijn klassieker met de inspirerende titel “Op de fiets nei Harkema.” Ja, dames en heren, dit jaar trok de CJV des Garrelsweers richting onze westerburen om het jaar in stijl af te sluiten. Onze navigatiesystemen brachten ons ditmaal naar het uiterst-pittoreske-maar-lang-zo-pittoresk-als-Garrelsweer-niet Hamsherne, op een steenworp afstand van, jawel, Harkema (had ik al gezegd dat daar een fantastisch nummer over is geschreven?)

Waar zanger Bram Hamsherne voorbijfietste (hij wilde immers “sa graag nei syn famke ta”), begaven wij ons met vijftien man sterk richting een wonderschoon vakantieverblijf temidden de Friese weides. Wij waren hier echter niet alleen. Hoe dit afloopt, leest u in de volgende paragraaf...

Naast ons verblijf woonden.. twee varkens! Ja, u leest het echt. Twee. Varkens. Dat was maar goed ook, want we waren met een oneven aantal en u weet hoe dat gaat. (De varkens maakten gelukkig voor niemand onderscheid; de liefde van een varken gaat wel degelijk door de maag).

Alle gekheid echter daargelaten: het thema van dit jaar was ‘het foute feest’. Wij werden vriendelijk verzocht (lees: er werd een prijs voor uitgereikt) om ons meest foute kostuum mee te nemen. Gelukkig werden deze vreemde capriolen onze gasten echter bespaard (zij het niet dat ondergetekende en broeder ondergetekende zich daar niks van aantrokken). Als vanouds werd het kamp namelijk afgetrapt met een kennismakingsspel samen met twee afgevaardigden van de kerkenraad. Maar o wee, toen het introductiecomité eenmaal was uitgezwaaid kropen de CJV’ers uit hun spreekwoordelijke schulp. Het gewoonlijk o-zo-serene Hamsherne werd plots geteisterd door onder andere hippies, Fred Flinstone, een wandelend skelet, en de directeur van de Toppers (althans, dat is ondergetekende er van maakte). Na een avond als nooit tevoren sloten wij deze af met het maken van een corveelijst (prioriteiten dienen immers gesteld te worden).

Als u dacht dat de leden des CJV’s tijd hadden om van de zon te genieten dan slaat u de plank flink mis, want ook dezer editie had de kersverse kampcommissie bestaande uit de heren Smit en Mertens jr. en juffrouw Mertens jr. weer de wereld aan activiteiten voor ons in het verschiet. We liepen onder meer een estafette, inclusief een parcours voor menselijke kruiwagens en het beruchte fless’n flipp’n (beter bekend als de bottle flip, de jeugdige lezers kunnen het u wel even laten zien). Daarnaast waanden wij ons heuse piraten daar wij per kano de Friese wateren bevoeren en ook het volleybalveld is zeker niet onberoerd gebleven. Het ultieme hoogtepunt was echter toch wel het spel met Escape Room-achtige praktijken, geheel zelf ontworpen door de organisatie, waarvoor nogmaals applaus! We kregen met ons team de opdracht om te achterhalen wat wij de hypothetische vorige nacht na een hypothetisch nachtje doorhalen hypo—.. u begrijpt wat ik bedoel—hadden uigespookt. Hiervoor moesten wij een telefoon ontgrendelen, maar uiteraard was de code in geen velden of wegen te bekennen en moesten wij deze door middel van allerlei raadsels en aanwijzingen zien te vinden. Spanning en sensatie in overvloed.

Na een tweede ochtend ontbijt met bitterballen (ondergetekende drukt u op het hart dat hij hier part noch deel aan had) en een laatste spel was het natuurlijk tijd voor de prijsuitreiking. Ook dit jaar was er weer sprake van valsspelerij, want ondergetekende zat wederom niet in het winnende team. De foutste prijs voor het foutste kostuum ging (wél geheel verdiend) naar juffrouw Wieringa voor haar sublieme interpretatie van een hippie stammende uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Chapeau!

Tot zover. Kampcommissie bedankt! Niet in de minste plaats voor het uitzoeken van een locatie waar de spreuk voor het einde van dit verhaal gemakshalve al aan de muur hing: “Wat binne wy moai fuort, net?”

Beste mor weer,
Mark Bogema