Bannerpkngww2

INLEIDING DOOR DS. CHRISTEL MINNAARD gehouden op de gemeentevergadering van 26 mei jl.

 

Toekomstperspectief

De toekomst van onze gemeente, een belangrijk onderwerp om bij stil te staan. Want wij dragen de verantwoordelijkheid dat onze gemeente een toekomst heeft. “Onze gemeente kan een toekomst hebben als wij ons daar op voorbereiden!” Dit is een gedurfde uitspraak nu we zonder scriba een gat in de kerkenraad hebben en veel mensen zich uit de naad werken om alles door te laten gaan.

Het is een gedurfde uitspraak te zeggen dat er een toekomst is want er is durf en moed voor nodig om ervoor te vechten dat er een toekomst zal zijn. We zullen misschien afscheid moeten nemen van dingen die niet meer gaan maar vooral ook nieuwe manieren zien te vinden die wel lukken en wie weet hoeveel goeds kunnen brengen. Het is een reis waarvan we niet weten waar hij eindigt. Maar als we niet de moed hebben te vertrekken dan komen we nergens.

Ik denk dat we als we nu niet de durf en de moed hebben onszelf te vernieuwen er over een tijdje geen vrijwilliger meer over is die nog fut heeft, we geen nieuwe mensen trekken en we de deuren dicht moeten doen. Hoe God verdween uit Garrelsweer, Winneweer en Wirdum.

Durf en moed is ervoor nodig. Maar ik bedoel eigenlijk geloof. Geloof in de Goede Boodschap die Jezus Christus ons brengt en geloof in de genade en liefde van God. Dat zal onze drijfveer zijn. Dat zal ons moed geven. Vertrouwen hebben we ook nodig. Vertrouwen dat dit niet onze gemeente is maar de Gemeente van Onze Heer Jezus Christus. Dat we Zijn gemeente zijn dat geeft hoop want Hij zal ons helpen. Dat we Zijn gemeente zijn, geeft ons ook verantwoordelijkheid. Want het is Zíjn gemeente, wij hebben niet het recht te zeggen dat er geen toekomst is of er mee te stoppen.

Dus tijd om ons te bezinnen op de toekomst en ons daarop voor te bereiden. Daar hebben we iedereen bij nodig. U gaat dus uitgenodigd worden voor bijeenkomsten. We zullen er nog vaak samen over spreken.

Dat is nu nog niet goed mogelijk door de coronamaatregelen. Wat we wel vast kunnen doen is er over nadenken. Ik zal u nu vertellen wat er mogelijk is maar vooral u een paar vragen meegeven. Vragen die u niet vanavond nog moet beantwoorden maar waar u eerst thuis over na kunt denken. De tijd nemen erover na te denken en u te laten inspireren, door wat anderen zeggen, door de Heilige Geest.

Laten we eerst eens goed naar ons zelf kijken en laten we niet de ogen sluiten voor wat pijnlijk is. Als je naar onze gemeente kijkt zie je meteen dat er nogal wat is om je zorgen over te maken. Ik denk dat het grootste probleem is dat we niet genoeg mensen kunnen vinden voor de kerkenraad. Op dit moment is er geen scriba en de ambtsperiode van zo’n beetje de helft van de kerkenraad loopt volgend jaar af. En dit terwijl veel gemeenteleden zeggen geen kerkenraadslid te willen worden. Ze hebben het al zo lang gedaan, hun privéomstandigheden zijn er niet naar of hun talenten liggen op een ander vlak. Vaak kan ik hun argumenten goed begrijpen. Dat er te weinig ambtsdragers zijn komt volgens mij dus niet door onwil.

Een ander punt om over na te denken is onze huisvesting. Hoe toekomstbestendig is die? Dit gebouw, het kerkgebouw in Garrelsweer, is van ons. Hoe zorgen we ervoor dat in de toekomst met misschien nog wel minder vrijwilligers, minder inkomsten, hogere stookkosten en een nog hogere leeftijd van dit gebouw, dit kerkgebouw geen te zware last wordt?

Het derde punt waar we over na moeten denken is hoe we meer mensen bij onze gemeente betrekken. Hoe krijgen we meer leden? Hoe verbinden we mensen die nog op afstand staan aan ons en vooral aan ons geloof? Niet alleen zou het fijn zijn om meer leden te hebben, die ons kunnen helpen en waarmee we ons geloof kunnen delen, meer leeftijdsgenoten voor de jongere generaties ook, maar het is vooral ook onze taak leden te zoeken. Ons doel als gemeente is immers het geloof levend te houden en uit te dragen.

De vraag aan u is nu: Vindt u dit ook de drie belangrijkste zorgen voor de toekomst? Welke drie zorgen zou u noemen? Neemt u thuis eens de tijd om hier over na te denken en er met anderen over te spreken.

Laten we nog een keer naar ons zelf kijken maar nu de Paaskaars erbij aansteken. Want dan zien we ons in een ander licht. Het licht van Christus. We zijn tenslotte een geloofsgemeenschap, de gemeente van onze Heer Jezus Christus. Als ik in dit Licht naar ons kijk dan zie ik de liefde van God in de liefde die elkaar en de naaste wordt gegeven. Ik voel de Heilige Geest door wat er wordt gezegd en geschreven. Ik ervaar de aanwezigheid van Christus als wij samen zijn voor woord, gebed of sacrament. Wat zijn uw ervaringen? Hebt u wel eens de Geest voelen waaien? De aanwezigheid van Christus opgemerkt? De liefde van God ervaren?

En als we gemeente zijn van Jezus Christus dan moeten we ons ook afvragen hoe Hij ons ziet. Hoe zou Jezus naar ons kijken? Hoe zou Hij ons willen zien? Wat vindt Hij dat we moeten doen? Welke toekomst heeft Hij voor ons voor ogen?

We kunnen in de Bijbel zoeken naar wat Jezus ons te zeggen zou kunnen hebben. Misschien hebben we iets aan uitspraken als:

          Blijf in Mij…

          Breng de Goede Boodschap.

          Wat je een van mijn naasten hebt gedaan heb je Mij gedaan.

          Blijf dit doen om Mij te gedenken. 

          Laat de kinderen tot Mij komen.

          En ook dat Martha die zo hard in de keuken werkte niet het goede koos           maar Maria die aan de voeten van Jezus zat te luisteren wel.

          We kunnen ook nog op een andere manier ontdekken wat Jezus van ons verwacht. Ik geloof namelijk dat we de goede dingen in onze gemeente hebben gekregen. De talenten van iedereen, de inzet, de gemeenschap, we hebben ze gekregen met een doel en om ze ergens voor te gebruiken. Door goed te kijken naar wat wij aan positiefs hebben gekregen en aan kansen en mogelijkheden hebben, kunnen we ontdekken wat onze roeping zou kunnen zijn en welke toekomst Jezus voor ons ziet. Dus laten we kijken naar wat we gekregen hebben.

          Als ik een goede eigenschap van deze gemeente zou moeten noemen zou ik als eerste zeggen: er wordt geloofd. Er lopen hier zoveel mensen rond met een levend geloof. Uit gesprekken weet ik dat voor vele van u uw geloof een groot goed is. Verder vind ik dat er veel georganiseerd wordt. Voor leden en niet-leden en voor jonger en ouder. We zijn gezegend met veel talenten in de gemeente en veel verschillende talenten; technisch talent, muzikaal, creatief talent, organisatietalent, luisterend oor, groot hart. Te veel om op te noemen. We zijn een gemeenschap waarin mensen ervaren dat er naar hen omgezien wordt. We hebben een actieve kern die zich met hart en ziel inzet voor de gemeente.

          Wat zijn volgens u de sterke kanten van onze gemeente? Wat is goed en positief? Wat zijn de mogelijkheden die we hebben? Maar ook hier thuis eens een lijstje van. En denk er eens over na welke kansen dit geeft.

 

          Maar laten we niet te veel navelstaren. Laten we ook om ons heen kijken. We zijn tenslotte een gemeente in Garrelsweer, Winneweer en Wirdum. Dit zijn dorpen waar een actief dorpsleven is. We zouden samenwerking op kunnen zoeken. Tegelijk vormen de inwoners van deze dorpen ook onze roeping. Hoe zouden wij hen kunnen laten delen in wat wij in overvloed hebben, Geloof, Hoop en liefde? Wat zouden ze nodig hebben? En laten we nog verder kijken. We zijn een onderdeel van een cluster, een ringverband, een classis, een landelijke kerk. We zijn niet alleen.

          Ik wil u nu eerst vertellen over wat er op landelijk niveau speelt.

Zaken die ons kunnen helpen. In tegenstelling tot een aantal jaar geleden is er nu landelijk gezien veel meer erkenning voor het belang van dorpsgemeenten. Dus de inzet is nu veel meer het behoud van gemeenten in de dorpen en niet meer het stimuleren van fusies. Men is erop teruggekomen dat het fuseren van dorpsgemeenten om grote regionale gemeenten te vormen een goed idee zou zijn. Praktisch is het wel, maar het verlies aan kerkleden en betrokkenheid is groot. Het contact met het dorp verdwijnt.

          Het bestaansrecht van een gemeente wordt hierdoor niet meer beoordeeld op voltalligheid van de kerkenraad of de goede financiële situatie maar op de aanwezigheid van de kernpunten van het gemeentelijke leven: ‘Het gaande houden van de eredienst, diaconale, pastorale en missionaire inzet en geestelijke vorming.’ Dus of je als gemeente bestaansrecht hebt, wordt bepaald door of je nog samenkomt om de kerkdienst te houden, of je je inzet voor naasten en elkaar en of je probeert het geloof uit te dragen en te delen. Als de kerkenraad dan niet voltallig is of de financiële situatie niet rooskleurig is, dat is dan van minder belang. Daar is nu veel sneller een mouw aan te passen.

          Er is nu namelijk veel meer vrijheid om op een eigen manier gemeente te zijn. Vroeger leken gemeente wat betreft opzet erg op elkaar. Als je de jaarboekjes naast elkaar legde was er wat betreft commissies en activiteiten weinig verschil. Het verschil in geloofsbeleving was veel groter dan het verschil in hoe de gemeenten werkten. Dit is nu anders. Er wordt gestuurd naar een mozaïek van kerkplekken; pioniersplekken en migrantenkerken, grote stadsgemeenten maar ook kleine dorpsgemeenten, en huisgemeenten. Gemeenten die allemaal op hun eigen wijze een levende geloofsgemeenschap zijn.

          De landelijke kerk roept haar gemeenten op om terug te gaan naar haar basis; een geloofsgemeenschap te zijn. En om los te durven laten wat daarvoor niet strikt noodzakelijk is en op te pakken waar je de basis, je geloof, mee versterkt. Ook niet te veel op je te nemen maar dat doen waar het om gaat.

          Landelijk gezien wordt er ook gestuurd naar samenwerken; samenwerken van predikanten van verschillende gemeenten maar ook gemeenten laten samenwerken.

          Laten we met dit alles in ons achterhoofd teruggaan naar de zorgen die ik noemde. Allereerst het tekort aan kerkenraadsleden. Daar zijn verschillende oplossingen voor mogelijk. De grotere vrijheid en mogelijkheden die de landelijke kerk nu biedt en de nadruk op samenwerking leidt tot de volgende mogelijke oplossing: Samen met een andere kleine buurgemeente één kerkenraad vormen die beide gemeenten bestuurt. Pg GWW blijft een zelfstandige gemeente maar dan zonder eigen kerkenraad. Enkele van onze leden worden dan afgevaardigd naar een kerkenraad die naast onze gemeente ook een of meerdere andere gemeenten bestuurt. We hebben dan minder kerkenraadsleden nodig. Maar welke buurgemeente zou ons liggen? Die gemeente zou niet te ver weg moeten liggen en ook op ons moeten lijken. Het moet klikken. En zijn er wel ambtsdragers te vinden voor zo’n bestuurslaag op afstand?

          Een andere mogelijke oplossing die ook wel elders uitgeprobeerd wordt is een klein dagelijks bestuur (moderamen) dat lopende zaken regelt en samenwerkt met werkgroepen. Belangrijke zaken worden elk kwartaal door een gemeentevergadering besproken en besloten. Er is dan geen kerkenraad meer zoals we die nu hebben. We hebben dan minder bestuurders nodig. Je maakt gebruik van de betrokkenheid van gemeenteleden wat een sterk punt van onze gemeente is en je hebt geen bestuur dat op afstand staat. Wel is het belangrijk te waarborgen dat belangrijke zaken in de gemeentevergadering komen en dat niet een klein groepje alle besluiten neemt en alle verantwoordelijk draagt. We moeten er goed over nadenken wat bij ons past en of er nog andere oplossingen zijn.

          Meer mensen die bij de gemeente betrokken zijn.

Een belangrijke kans is goed te bedenken dat de levendigheid van onze gemeente door allerlei mensen versterkt kan worden. Allereerst door doop- en belijdende leden die op zondag naar de kerk komen, samen zich in de Bijbel verdiepen, zingen en bidden en zo elkaars geloof helpen versterken. Ik stel voor dat op zoek gaan naar nieuwe leden.

          Maar ook dorpsgenoten kunnen ons helpen. Zoals Arie die de livestream commissie helpt en Tom Harms die de coördinatie van het oud papier doet. Samen met dorpsgenoten organiseren we activiteiten voor het dorp zoals het kerstfeest en activiteiten die de naasten helpen zoals een inzamelingsactie of de hulplijn in coronatijd. En ook activiteiten die met zingeving te maken hebben en levensbeschouwing zouden we samen kunnen doen. Misschien maakt dat nieuwsgierig naar meer.

          Daarnaast zijn er broeders en zuster in de regio. Zo wordt er op dit moment gewerkt aan regionale bijeenkomsten voor jongeren zodat zij christelijke leeftijdsgenoten kunnen ontmoeten.

          Zo kunnen we bouwen aan een gemeenschap die in de kerk samen haar geloof deelt en elkaar sterkt in het geloof, open staat voor wie naar binnen wil en naar buiten gaat om daar anderen te ontmoeten en elkaar te inspireren.

          En nu een pijnlijk onderwerp. De huisvesting. Aan de laatste keer dat hierover nagedacht werd, hebben veel mensen geen goede herinneringen overgehouden. Een pijnlijk onderwerp dus. Maar toch moeten we er over nadenken hoe we ervoor zorgen dat er in de toekomst een goed thuis is voor onze gemeente. Een thuis dat niet een te zware last wordt. Niet te veel vraagt aan inzet van vrijwilligers, financiële middelen en energieverbruik. En een fijn thuis dat mogelijkheden schept voor de gemeente van Jezus Christus

          Toekomst. Er ís toekomst voor onze gemeente. Een gedurfde uitspraak noemde ik het. Ik hoop dat ik u heb kunnen overtuigen dat er mogelijkheden en kansen genoeg zijn. En dat het daardoor vooral van onze moed en durf af zal hangen of ik gelijk zal krijgen; dat er toekomst is.

          Het afgelopen Coronajaar hebben we laten zien dat we nieuwe wegen konden vinden toen veel niet meer zo kon zoals we gewend waren. Mij geeft dat vertrouwen dat we ook samen de weg naar de toekomst kunnen vinden.

          Zo komen we op drie vragen om over na te denken: Wat baart u zorgen of welke problemen ziet u op ons af komen? Wat zijn onze sterke kanten en wat voor positieve dingen gebeuren er? Wat denkt u dat de roeping is van de pg GWW? Hoe ziet u de toekomst voor u?

 

          Denk er eens over na, praat er thuis over of met elkaar. We gaan gesprekken en vergaderingen organiseren zodat iedereen zijn ideeën en zienswijze kan vertellen. En wilt u vast wat laten horen? Erg graag, we zijn benieuwd naar uw reactie. U kunt mijn email adres gebruiken: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Of een brief in de brievenbus voor aan de kerk doen.